Vrijheid van meningsuiting versus smaad

Vrijheid van meningsuiting versus smaad

Geplaatst op

Het uitgaansgebied van Groningen was ook in deze zaak weer het toneel waarop veel strafzaken beginnen. In deze zaak stond ik de eigenaar van Feestcafé Shooters bij, die werd beschuldigd van discriminatie en daarom aangifte deed van smaad.

Ongeveer een jaar geleden bevonden drie vrienden zich in de Peperstraat om, na een gezellige avond, nog even na te borrelen. Ter hoogte van de ingang van Feestcafé Shooters raakten zij in discussie met een andere groep mannen. Deze discussie liep uit op een ruzie waarbij de spanning hoog opliep. De drie heren wilden vervolgens bij Shooters naar binnen, maar ze werden geweigerd. De toegang werd hun ontzegd. Volgens de uitsmijter om de volgende reden: “Om escalatie [binnen in Shooters] te voorkomen werd hen de toegang geweigerd”.

De drie vrienden zijn echter van mening dat zij zijn geweigerd vanwege hun seksuele geaardheid: “Vanwege onze seksuele geaardheid zijn wij geweigerd. Er is sprake van discriminatie”. Op de zitting die later volgt verwoorden de drie het zo: “er is niet letterlijk gezegd dat we niet naar binnen mochten omdat we homo zijn, maar gelet op de context van wat zich daarvoor had afgespeeld op straat was dat wel de reden”.

Commotie in de media

Hevig geëmotioneerd liepen de drie vrienden weg van Feestcafé Shooters om in een ander café een schrikborrel te nuttigen. In hun boosheid en woede legden zij daar het eerste contact met een journalist. “Wij zijn in Shooters geweigerd vanwege ons homo – zijn”, meldden ze. De volgende dag nam de journalist foto’s van het trio en volgde er een artikel in het Dagblad van het Noorden. De kop luidde: "Uitsmijter Feestcafé Shooters beschuldigd van discriminatie van homo’s". RTV Noord deed er nog een schepje bovenop: "Gaycafé – eigenaren geweigerd aan deur Shooters."

Naar aanleiding van deze berichtgeving ontstond veel commotie in de media. Het escaleerde. Daarnaast deden de drie vrienden ook aangifte tegen de portier vanwege discriminatie. Vanwege gebrek aan bewijs kwam het echter niet tot een zaak.

Smaad

De ondernemer en eigenaar van het feestcafé kreeg het desalniettemin om de oren. Zo’n beschuldiging is niet niks, helemaal niet voor een café zoals Shooters waar juist iedereen, ongeacht nationaliteit, kleur of seksuele geaardheid welkom is. De ondernemer deed dan ook aangifte van smaad; hij die opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt, door telastelegging van een bepaald feit, met het kennelijk doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, wordt als schuldig aan smaad gestraft (..). Door deze heftige beschuldiging van discriminatie wordt de onderneming, maar ook degene die de onderneming leidt in zijn eer en goede naam aangetast.

Uitspraak

De officier van justitie vond het naar de pers stappen van de drie vrienden het inzetten van ‘grof geschut’: het betreft een forse beschuldiging en dan moet je wel zeker zijn van je zaak.

De politierechter motiveerde haar uitspraak zeer weloverwogen en uitgebreid:

"Een publieke beschuldiging zoals deze is voor een horecaonderneming een aantasting in de eer en goede naam. Een onderneming of de man achter de onderneming wordt daarop afgerekend. Het handelen is disproportioneel. Zulke lichtvaardige uitspraken kunnen schade toebrengen."

"De uitlating over discriminatie wordt nu door de drie verdachten gepresenteerd als waarheid."

"Terwijl voor die discriminatie geen wettig en overtuigend bewijs aanwezig was."

De drie deden nog een beroep op de artikel 10 van de Grondwet, vrijheid van meningsuiting. In sommige gevallen kan de wet wijken voor de vrijheid van meningsuiting. Maar daar was in deze zaak geen grond voor, aldus de rechter. Hoewel vrijheid van meningsuiting een groot goed is, moeten ook bedrijven worden beschermd tegen onterechte beschuldigingen. Volgens de politierechter hadden de drie dan ook pas de publiciteit moeten zoeken als er honderd procent bewijs zou zijn. De vrienden kregen een werkstraf van 20 uur opgelegd en moeten een schadevergoeding betalen van € 1.500,-.

Deel deze pagina