Uitgaansgeweld

Uitgaansgeweld

Geplaatst op

Het was zaterdagavond en ze waren uitgeweest. Joke en haar Christiaan en hun boezemvrienden Frans, Erik en Jochem. Jong, studerend en met strakke lijven. De hele avond hadden ze in de sportschool doorgebracht. Het was Frans geweest die voorstelde om nog even een afzakkertje te nemen. Het was erg gezellig geweest. Veel bekenden ontmoet en veel gelachen. Maar nu was het mooi geweest en zou de avond worden afgesloten me een laatste warme hap bij de Febo.

Op weg naar de Grote Markt liep enkele meters voor hen uit een man, die duidelijk te diep in het glaasje had gekeken. Hij was al een paar keer bijna gevallen toen hij plotseling op de hoek van de Poelestraat met de Oosterstraat in elkaar zakte en voor dood op het trottoir bleef liggen. Ze aarzelden geen moment. Hier had iemand dringend hulp nodig. Erik en Jochem trokken de man omhoog. Eenmaal weer in de benen prevelde de man enkele onsamenhangende zinnen, waar in ieder geval een aantal malen het woordje ‘huis’ in voor kwam. Ze zagen dat tegenover Vindicat een taxi geparkeerd stond. Ze besloten de zielepoot bij de taxi af te leveren om daarna alsnog van hun welverdiende maaltijd te kunnen genieten. Eenmaal bij de taxi aangekomen bleek de chauffeur absoluut geen trek te hebben de rol van de barmhartige Samaritaan op zich te nemen. ‘Weg met die vent’, snauwende hij tegen de verbaasde reddingswerkers. ‘Die vent is stomdronken. Straks kotst hij nog m’n hele auto onder. Oprotten jullie.’

Verbijsterd over zo weinig medemenselijkheid keek het vijftal elkaar radeloos aan. Wat nu? Plotseling zag Christiaan een politieauto aan komen rijden. Deze hield midden op de Grote Markt stil en bleef daar staan met draaiende motor maar met gedoofde lichten. Christiaan liep snel naar de auto en de agent aan de bestuurderskant draaide het portierraampje naar beneden. ‘Er is hier iemand die dringend verlegen zit om hulp’, riep Christiaan tegen de man achter het stuur Het antwoord van de diender was kort, maar zeer krachtig. ‘Wegwezen jij!’ Vervolgens draaide de man tergend langzaam het raampje weer dicht en zette de auto in beweging. Op dat moment knapte er iets bij Christiaan. ‘Hufters’, gilde hij richting de wegrijdende agenten. ‘Vuile egoïsten!’

Waar ze vandaan kwamen zal waarschijnlijk voor altijd onduidelijk blijven. Feit is echter dat uit alle hoeken en gaten van de Grote Markt auto’s te voorschijn kwamen. Gewone, maar ook politieauto’s en zelfs een speciale hondenauto met achterin een kooi met luid blaffende en agressief ogende honden. Piepende remmen, portieren die dichtsloegen en bevelen die werden geroepen. Christiaan was de eerste die werd aangehouden. Joke wierp zich op Christiaan en zoog zich als een teek vast aan zijn rug. Vervolgens dook Jochem op zijn beurt weer op Joke waarna Frans en Erik volgden. Als een menselijke ketting stonden ze zo bij elkaar totdat de politie met behulp van de wapenstok de schakels weer openbrak.

Ze moesten terechtstaan voor belediging van de politie en ambtsbelemmering. De politierechter die over de zaak moest oordelen liet in zijn vonnis merken wel begrip te hebben voor het politieoptreden. ‘De politie’, zo sprak hij, ‘heeft een moeilijke en vaak ondankbare taak bij het handhaven van de openbare orde. Het is een feit van algemene bekendheid dat vooral in de nachtelijke uren in de binnenstad, met name door overmatig drankgebruik van het uitgaanspubliek, de vlam snel in de pan kan slaan. Daarom is het goed dat er politie is.’

De vijf werden veroordeeld tot voorwaardelijke boetes. Gelukkig voor hen had het gerechtshof meer begrip voor de situatie van de vijf studenten en sprak hen vrij. Ondanks de vrijspraak waren de studenten achteraf uiterst verbitterd over het politieoptreden en wat daaraan voorafgegaan was. Hun geloof in de politie en in het bijzonder in de mensheid in het algemeen had door het gebeuren en gevoelige deuk opgelopen.

Deel deze pagina