Mr. Big

Mr. Big

Geplaatst op

Over stelselmatig inwinnen van informatie (art. 126j Sv) en de zogeheten “Mr. Big-methode”

Ingevolge artikel 126j Sv kan een opsporingsambtenaar onder bepaalde voorwaarden undercover worden ingezet om (stelselmatig) informatie over de verdachte in te winnen. Undercoveragenten kunnen in het kader van artikel 126j Sv gesprekken aanknopen met verdachten. De verdachte wordt misleid. Hij weet niet dat hij te maken heeft met een opsporingsambtenaar en de waarborgen die normaal gelden bij een verhoor, worden niet toegepast. Wanneer een verdachte vervolgens een bekennende verklaring aflegt, is het maar zeer de vraag in hoeverre deze in vrijheid is afgelegd.

Gedachte wetgever

Met de invoer van de Wet Bijzondere Opsporingsbevoegdheden (daaronder vallende artikel 126j Sv) beoogde de wetgever de integriteit van het opsporingsonderzoek te herstellen. Destijds bestond vrees dat de officier van justitie de controle over het opsporingsonderzoek was verloren.[1] Opsporingsbevoegdheden dienden een wettelijke basis te krijgen en aan voorwaarden te worden verbonden.

De wetgever heeft bij het stelselmatig inwinnen van informatie (art. 126j Sv) gedacht aan bijvoorbeeld het deelnemen aan activiteiten van een sportclub van de verdachte en/of het deelnemen aan een nieuwsgroep op het internet waaraan ook de verdachte deelneemt.[2] Een informant kan in dat kader in gesprek raken met een verdachte. De wetgever heeft kort aandacht besteed aan de vraag in hoeverre het zwijgrecht van een verdachte wordt geschonden wanneer gesprekken worden gevoerd met een informant. Dit zou volgens de wetgever niet het geval zijn. Kenmerkend voor een verhoorsituatie zou namelijk zijn dat druk op de verdachte wordt uitgeoefend. Kenmerkend voor het stelselmatig inwinnen van informatie zou juist zijn dat geen druk op de verdachte wordt uitgeoefend.[3]

Praktijk

Helaas blijkt de invulling van artikel 126j Sv in de praktijk anders te verlopen en blijft het niet bij een paar bezoekjes aan een sportclub van de verdachte. Opsporingsambtenaren gaan veel verder en druk wordt wel degelijk uitgeoefend.  Denk hierbij bijvoorbeeld aan de "mr. Big-methode”. Bij deze methode infiltreren opsporingsambtenaren actief in het persoonlijke leven van een verdachte. Undercoveragenten bouwen gedurende een langere periode een hechte band op met de verdachte. Zij nemen hem op in de groep, beloven hem bijvoorbeeld werk, luxe en geld, maar die beloftes kunnen alleen maar worden nagekomen als zo’n verdachte een bekennende verklaring aflegt met betrekking tot het feit waarvan hij wordt verdacht. Op deze manier wordt een bekennende verklaring afgedwongen. Het is maar zeer de vraag in hoeverre zo’n bekentenis betrouwbaar is.

Controlemogelijkheden

Daar komt nog bij dat controle op de uitoefening van de bevoegdheid van artikel 126j Sv middels de huidige wetgeving vrijwel onmogelijk is. Ondanks de bedoeling van de wetgever, loopt de integriteit van het opsporingsonderzoek nog steeds gevaar. Doorgaans worden undercoveroperaties namelijk niet opgenomen. De verdediging, rechters en de officier van justitie kunnen hierdoor niet controleren wát exact door een verdachte is gezegd en wat tot die verklaring heeft geleid.

Kortom, naar mijn mening is de bevoegdheid van artikel 126j Sv door de wetgever niet goed doordacht. In de praktijk wordt wel degelijk druk op de verdachte uitgeoefend om een verklaring te verkrijgen. Hiermee wordt artikel 6 EVRM op ernstige wijze geschonden en wordt het zwijgrecht van de verdachte omzeild. Daar komt bij dat door de huidige praktijk rondom artikel 126j Sv en het ontbreken van controlemogelijkheden, de integriteit van het opsporingsonderzoek in gevaar is.

 


[1] Kamerstukken II 1996-1997, 25403.

[2] Kamerstukken II 1996-1997, 25403, nr. 3, p. 34.

[3] Kamerstukken II 1996-1997, 25403, nr. 3, p. 62.

Deel deze pagina